Nieuwe blogs

Woordspiratie heeft een nieuwe website waarop ook de blogs van ‘Zes kleine voetjes’ worden ondergebracht. Je kunt ze hier vinden: http://www.woordspiratie.nl/category/blog/zeskleinevoetjes/

Het boek is nog steeds te bestellen via diverse webwinkels waaronder de MooiLimburgsWebshop. Meer informatie over ‘Zes kleine voetjes en één paar vleugels’ vind je hier: http://www.woordspiratie.nl/werk/boeken/zes-kleine-voetjes/

Daarnaast is het mogelijk rechtstreeks bij mij te bestellen, dat kan door een e-mail te sturen naar irenevanwesel@gmail.com. Je krijgt dan tevens een kaart* & boekenlegger toegestuurd!

 

* Beperkte oplage, geldig zo lang de voorraad strekt

Er is inmiddels een vervolg op ‘Zes kleine voetjes…’ in de maak met de naam ‘Kusje in de wind’, dat het verhaal van hemelkindje Lieve vertelt en ingaat op rouw, verwerking en de periode daarna. Op http://www.woordspiratie.nl/category/blog/kusjeindewind/ zijn regelmatig nieuwe fragmenten uit het manuscript te vinden. Verwachtte publicatie in 2013.

Angel

Voor wie een engeltje kent…

Can you see the beauty of an angel,
even though he’s born in pain
Can you feel the love he brings you,
when nothing will ever be the same
Can you let go of your angel,
knowing it’s going to be all right
Lest he will not be forgotten,
always with you day and night…

Spiegel

Als een van onze kinderen opgroeit tot iemand die gaat oefenen voor de spiegel als ze op sollicitatiegesprek moet of een date heeft, dan is het onze Sofietje wel. Dat doet ze namelijk nu al, met haar eigen spiegelbeeld praten. Het is het soort zelfreflectie waar niet iedereen van weet te profiteren. Zo gebruikt Sara de spiegel alleen om te bekijken hoe mooi ze is. En om in haar blootje voor te dansen en zingen als ze uit bad komt, waarbij ze dan uitgebreid de bewegingen van haar lichaam bestudeerd. Voor Bram is de spiegel puur een checkpoint, om te kijken of zijn haar goed zit en of zijn tanden mooi wit gepoetst zijn.

Maar Sofie, die gebruikt dat ding heel anders. Zij kijkt niet naar haar lichaam, maar bestudeerd haar gedrag. Zo staat ze vanmorgen met haar ‘poppe’ in de slaapkamer voor de kledingkast. In eerste instantie lacht het spiegelbeeld haar toe, maar die stemming slaat al gauw om. De pop, die ze net nog losjes onder de arm hield, wordt nu stevig onder het rechter oksel geklemd. Wijdbeens staat ze daar, naar zichzelf te kijken. En aan de vurige blik in de ogen van haar reflectie zie ik wat ze denkt. Even draait ze eromheen, wiegt met haar heupen, fronst vervolgens haar wenkbrauwen om haar brutale gezichtsuitdrukking kracht bij te zetten en perst haar oranjerode lippen op elkaar. “MIJ!!!” schreeuwt ons lieve dochtertje vervolgens naar de spiegel, waarbij ze de arm met pop demonstratief achter haar rug verstopt.

Even ontspant haar gezichtje, alsof ze om zichzelf moet grinnikken, maar dan betrekt het weer. Dit keer met nog meer brutaliteit in de ogen van haar spiegelbeeld, roept ze: “IS MIJ!!!”. Sofie nummer twee schrikt een beetje en doet een stapje achteruit, waarop Sofie nummer één even wankelt van verbazing. Vervolgens laat ze de pop zien, draait hem op de rug en legt ‘m als een baby in haar armen. Zachtjes aait ze de pop over de wang met haar vingertje. Ze lacht liefkozend naar ‘poppe’ met haar betoverende blauwe kijkers, zie ik in de spiegel, en dan kijkt ze weer naar zichzelf. “Is mij poppe,” zegt ze tevreden. Maar daar blijft het niet bij, want Sofie krijgt van zichzelf nog één allerlaatste keer een waarschuwing. Het vingertje wijst nu richting spiegel en haar gezicht gaat op standje boos, wangen bol en lippen getuit: “Is mij poppe!”.

En dan is het goed. Sofie is geslaagd voor haar eigen examen bezit verdedigen…

Alleen

Hij wil graag een broertje.

“Mama, komt er nog een baby uit jouw buik?” Bram kijkt me verwachtingsvol aan terwijl hij het vraagt.

“Nee, ik denk het niet lieverd,” zeg ik. En terwijl Bram’s wenkbrauwen een wedstrijd houden met zijn mondhoeken om het snelst naar beneden te zakken, voel ik me meteen een beetje schuldig.

“Misschien toch wel,” zegt ‘ie, zijn gezicht geforceerd in de plooi trekkend, “en dan zijn er drie jongens en drie meisjes.”

“Maar je hebt toch al een broertje?”

Bram’s boze blik nestelt zich bij die vraag tot in zijn over elkaar geslagen armen. “Nee, Lieve telt niet, die is dood.”

Ik begrijp mijn zoon best hoor, hij wil een broertje om mee te spelen. Aan de andere kant betekent dat niet dat Lieve niet meetelt, vind ik. “Hij hoort wel bij ons,” deel ik Bram mee.

Dat wekt zijn ergernis. Hij zal mij maar even uitleggen hoe het zit. “Lieve hoort bij niemand. Hij is vàn niemand en hij is ook bíj niemand. Lieve is helemaal alleen,” schreeuwt Bram.

En hij laat mij verbijsterd achter.

’s Nachts als ons ventje zijn eigen kamertje allang weer verruild heeft voor een nestje bij ons voeteneind, en zijn gezichtje minder strak op standje kwaad staat, misschien zelfs vredig, zie ik naast hem een schaduw. Eentje die nergens op valt en door niets wordt veroorzaakt. Die lichter lijkt te zijn in plaats van donker. Precies zo groot als een heel klein jongetje. Misschien droom ik, maar erg veel maakt dat niet uit. Hij zit op bed, voorovergebogen, en fluistert iets in Bram’s oor. Verstaan kan ik het niet. En bij de inspanning van het luisteren val ik weer in slaap.

Maar ik weet wel wat hij zei hoor. “Lieve broer, ik ben niet alleen. Maak je maar niet druk om mij.” En ik hoop, dat Bram dat heeft gehoord… en goed in zijn kleine oortjes knoopt!

Taal

‘Broem broem’
kun je wel zeggen,
maar auto niet.
Of ‘waf waf’
als je je knuffelhondje
aan de lijn
achter je aan sleept
over de steentjes
‘Mauw mauw’
kun je wel zeggen,
maar poesje niet.
Of ‘kak kak’
als je ook maar iets
met veren ziet.
‘Op’
kun je wel zeggen,
maar eten of drinken niet
en je kunt heel hard slaan
als je mamamelk wilt.
Je kunt ook
heel goed wijzen
naar wat je graag hebt,
of iets uitleggen
met je handen.
Gebarentaal voor peuters.
En hard gillen,
als je je zin niet krijgt.
Dat kun je ook
heel goed.
Er is niemand,
die niet begrijpt
wat jij zoal wilt
of bedoelt.
Maar praten,
nee, dat kun je niet.
En dat hoeft ook
nog niet.

Vleugels

Dertig kleine teentjes
Ze hebben veel plezier
Die kleine roze steentjes
Wat houd ik ze graag hier

Zes kleine voetjes
Trippelen op en neer
Ondeugend, of juist heel zoetjes
Hoor ik ze telkens weer

Ze wandelen over de stoep
En huppelen in ’t veld
Maken samen heel veel troep
Komen steeds weer aangesneld

Voor twee kleine voetjes
Mocht het wandelen niet zijn
Maar met één paar mooie vleugels
Is het vliegen ook heel fijn

Dat wij die tien roze teentjes
Graag in het gras wilden zien
Lieve stappend op de steentjes
Samen met de rest misschien

Maakt dat wij hem missen
Maar beseffen des te meer
Zo’n mooie engel in ons midden
Vergeten wij nooit meer.

Vijfde

Daar sta ik dan. Met dat witte ding in mijn handen. Ik moet het toch even zeker weten, dat het echt niet waar is… Want eerlijk gezegd is het al zó lang geleden, dat ik me niet meer goed kan herinneren hoe het ook alweer was. En dat had ik bij de andere kinderen nooit! Ik denk niet dat het zo is hoor, ’t is puur ter controle. Maar toch, stel je voor. Dat niets onmogelijk is hebben we de afgelopen zeven jaar wel geleerd.

Toch ging ik zenuwachtig naar de etos om zo’n ding te halen. Misschien zou een bekende me toevallig zien. Ik heb er zelfs over gedacht om het via internet te bestellen, maar dat vond ik ook zo overdreven. Dus als iemand me zag, dan had ik pech gehad. Of zoiets. Maar belangrijker nog: het kon ook anders uitpakken dan verwacht. Met een plus in plaats van een min. Zou zomaar kunnen natuurlijk, dus het blijft spannend. Ook al is het eigenlijk alleen maar om mezelf gerust te stellen. Want ik weet best dat het niet zo is.

En dan ga je toch denken. Wat als? Misschien ook wel verlangen. Zou het niet bijzonder zijn? En dan is daar tegelijkertijd die paniek. Oh help, hoe gaan we dit regelen? Het neemt me volledig in beslag, zo erg dat ik bijna mijn pincode vergeet. En al helemaal niet zie wat er om me heen gebeurt. Dus als er al een bekende is langsgelopen, dan heeft diegene wijselijk zijn mond gehouden. En gaat nu af zitten wachten of wij over een paar weken met nieuws komen. Haha! Ja, nu kan ik er om lachen, maar toen niet echt.

Thuis ga ik in gedachten nog een keer de mogelijke gevolgen na. Niet dat die test beslist welke toekomst je hebt als gezin, maar hij gunt je wel een blik natuurlijk. Dat brengt me aan het twijfelen. Zou ik het doen, of toch maar niet? Enerzijds bang voor de mogelijke chaos die hierdoor ontstaat, anderzijds ook wel bang voor een teleurstelling. Want zo dubbel is het wel. Ik maak een denkbeeldige lijst met voor- en nadelen. De voordelen blijken vooral hormonaal bepaald… want ik houd toch zo ontzettend van baby’s. Geweldig die kleine handjes en voetjes en dat getut. Ahhhh zo lief… Zie je, daar ga ik weer. Zucht. Wanneer je ergens van houdt blijft het lijstje met voordelen altijd langer dan de andere kant. De nadelen zijn vooral praktisch. Ik heb geen zin om weer zo’n vreselijke tandemwagen aan te schaffen. En het andere is mijn lijf. Één keer bekkeninstabiliteit is echt genoeg voor mij! Vijf zwangerschappen zijn geen scheepsrecht, maar geven me wel voorgoed zeebenen vrees ik. Er staan meer van die kleine dingen op. Allemaal op te lossen, maar niet handig.

Enfin, tijd om te testen. Ik heb expres een hele sloot water gedronken zodat zelfs de zenuwen geen ondoordringbare dam kunnen bouwen. Wachten, wachten en nog eens wachten. Het hoeft maar een minuutje hoor, maar ik sta die hele zestig seconden naar het ding te staren in plaats van hem even weg te leggen. Ik kijk naar hoe het eerste streepje langzaam verschijnt. Zou er ook een tweede komen? Seconden tikken voorbij en naarmate ik langer kijk, beweegt die test als vanzelf korter naar mijn gezicht. Tot ik er bijna bovenop zit. Er komt geen tweede streep. Wat ik dacht klopte dus. Het ding stelt me gerust. Maar ook wel een beetje teleur, eerlijk gezegd.

Ik trek er mijn conclusies uit dat de opluchting overheerste. Dat ons nestje compleet is. Tenminste, voor zover ik mij dat kan voorstellen. Nu, een jaar later, heb ik eindelijk de moed om onze babyspullen op te ruimen. Dat gaat met een lach, want al die kleine kleertjes halen herinneringen op. Maar ook met een traan. Oké, heel veel tranen. Ik geef het toe. Het is ook moeilijk om zo’n periode af te sluiten en alle spulletjes op te ruimen. Misschien wel voor altijd…